
|
Opening Solstice – Misha de Ridder Foam 16.06.2011 – Erik A.
de Jong©
Schrijven met licht
We zijn aangeland op een moment dat nieuw nadenken
vraagt over onze verhouding tot natuur en landschap in
een verstedelijkende wereld; er ligt een grote opgave
voor onze omgang met deze grootheden: menselijk
interventie hoeft niet ontkend want is universeel en
maakt het landschap tot landschap, maar er is ook
diepe noodzaak tot exploratie van de betekenis van
natuur en landschap van binnenuit, als een levende
constructie met zijn biotische en abiotische factoren.
De relatie tussen landschap en mens, tussen natuur en
kunst is een complex gegeven: natuur is beweging en
verandering, zij sterft, is efemeer, gaat voorbij,
maar komt ook weer terug, de natuur is proces; maar
ook al gaat het moment onherroepelijk verloren, een
foto kan tijd vasthouden, en daarmee doet de kunst
iets wat de natuur niet kan: de foto is het bewustzijn
van het nu, gevangen en geschreven in licht. Natuur en
kunst vinden zo in dialoog met elkaar een plaats in de
architectuur van de tijd.
W.F. Hermans schreef in Paranoia (1953):
‘mijn grootste
ongeluk is dat ik niet als machine ter wereld ben
gekomen en dat ik niet met licht kan schrijven als
een fototoestel’. Het is een indringende
uitspraak: want hij verwijst naar hoe fotografie tot
stand komt met een mechaniek, zoals ons lichaam
weliswaar ook een mechaniek is met onze ogen als
lenzen. Maar beelden kunnen wij enkel vastleggen in
ons geheugen.
Hermans stelt zich echter voor dat als hij een
fototoestel was, zijn hand zou kunnen schrijven met
licht. Zoals licht op film valt en zichzelf inschrijft
in het medium en daarmee vastlegt, zou schrijven met
licht worden tot licht werpen op, tot een openbaren,
een uitdrukken, en een betekenis geven aan de wereld
om ons heen op papier, dat vaak ook de ondergrond voor
de foto is. Fotograferen en schrijven zijn dan beide
expressie, experiment, uitkomst van persoonlijk
visie, onderzoek, zoeken naar verstandhouding en
proberen die geldend maken; zij kunnen beide poëzie
zijn, of proza of drama.
Voor landschap is in deze tijd nodig dat er
gezocht wordt naar wegen die gaan voorbij de
vaststaande esthetica die sinds 18de eeuw een indeling
heeft gemaakt in het schone en het schilderachtige,
comfortabel in hun aangename, niet bedreigende en
oppervlakkige vorm van schoonheid dat als cliché de
door ons gewenste ideale werkelijkheid
bevestigt. We zijn in zekere zin aan het einde gekomen
van die traditie waarin de landschapsfoto enkel
visueel is, en niet een schriftuur, een
uiteenzetting, een onder de huid gaan.
Esthetica is afkomstig van het Griekse aisthetisein dat
oorspronkelijk ervaringswereld betekent, voorbij
kijken, voorbij het visuele alleen. Het is het voelen
met de ogen, het zien door de huid, het ruiken met het
oor, het horen met de neus: esthetica moet zijn, first and foremost:
zinnelijke,
zintuiglijke ervaring. Niet voor niets zijn er in
kunsttheorie en esthetica dringende recente pleidooien
( zoals bij de Fin Juhani Pallasmaa) voor een
resensualisering van de wereld als reactie op
het eenduidig modernisme en zijn erfenis.
Landschap is integraal,
samenvattend: reëel en niet een abstractie.
Landschap is een lichaam dat gevoeld en gelezen kan
worden. Landschap is niet eenduidig, het is complex:
het moet ontdekt, veroverd worden in tijd en ruimte,
tenminste als we het ook binnen zijn eigen systeem
willen zien en begrijpen en lezen en niet enkel van
buiten af. Landschap moet worden aangegaan, zeker in
een wereld die het stedelijk perspectief steeds meer
in onze cultuur op de voorgrond zet.
Als landschap wildernis is en, zoals de Amerikaan
Thoreau gezegd heeft, ‘in het behoud van de wildernis
de toekomst van de wereld ligt’ dan moeten we
landschap zien en begrijpen van binnen uit, niet als
een beeld, als een commodity,
maar als verstandhouding, die complex en veeleisend
is. Daartoe moeten wij het blanco vel dat landschap is
– het heeft immers als plek geen betekenis van
zichzelf – in al zijn gelaagdheden opnieuw leren lezen
als een boek opdat het zich aan ons kan onthullen;
wij zijn het die landschap en natuur een
betekenis verlenen.
Zoeken, onthullen en schrijven met licht is wat Misha
de Ridder doet in zijn landschapsfoto’s en video’s.
Hij zoekt niet de comfortabele zone van het schone en
het schilderachtige, maar van het sublieme. Het is een
zoektocht naar het aangaan van een confrontatie met de
natuur als een gegeven groter dan onszelf, naar het
opnieuw in beeld brengen van een grootsheid die
tegelijkertijd reëel maar ook onbevattelijk is.
Landschap is een paradox: hoe kan men vasthouden in
beeld wat misschien niet gefotografeerd kan worden, de
verandering van licht bijvoorbeeld, of de tactiliteit
van het landschap. Het grootse tilt ons over grenzen
waar wij niet altijd bij kunnen, mentaal niet, in
gevoel niet. Landschap wordt niet alleen gezien, maar
ervaren met meerdere zintuigenen met kennis en
ambacht. Want wie landschap van binnenuit wil ervaren
moet, zoals deze fotograaf, ook meteoroloog, geograaf,
bioloog en kaartlezer zijn, bovendien over
klimaatkennis en een artistiek vermogen beschikken.
Het zoeken en vastleggen van sublieme in het landschap
laat sinds de 18de eeuw zien dat landschap een
dimensie heeft die onbegrijpelijk is, verraderlijk kan
zijn, waar zich een grens aftekent van leven en van
dood, van onvoorspelbaarheid. Het sublieme is de
landschapservaring die individueel en persoonlijk is,
ons innerlijk vervult met de soms beangstigende en
tegelijkertijd overweldigende schoonheid en kracht van
natuur en landschap, de onbevattelijkheid van hun
monumentaliteit en hun processen van klimaat, regen,
wind, vuur, geologische kracht, licht en donker
gemeten naar de positie van de mens. Het sublieme
confronteert ons uiteindelijk met onszelf en ons
bewustzijn in de ruimte op deze aarde. Subliem is
afgeleid van sub
limen: op de grens, op de drempel van. Wie voor de
foto’s van Misha de Ridder staat, ervaart precies dat:
met hem zien we een wereld waar wij zelf niet in
staan, maar wel op het punt staan binnen geleid te
worden om opnieuw te leren kijken, en onze andere
zintuigen open te stellen bij wat we beschouwen.
De foto’s in deze tentoonstelling zijn gemaakt in het
uiterste noorden van Noorwegen, in Tromsø aan de
Noordkaap, op de grens naar de wildernis; op en
buiten die grens waar in een extreem landschap,
seizoenen en licht zich in een geheel andere sequens
afspelen dan in de rest van Europa: het landschap is
zelf een drempel die leidt tot intens andere
ervaringen van koude, licht, warmte, donkerte, sneeuw
in tal van nuances en schakeringen. Het is een plek
waar het in de zomer 5 maanden licht en in de winter 5
maanden donker is. Dit andere licht doet grenzen
vervagen, scherpt onze zintuigen aan en zet ze deels
op hun kop, want niet is zoals we het verwachten te
zijn.
Het landschap introduceert een zeker mysterie zoals we
op deze tentoonstelling schitterend kunnen ervaren in
het werk – Moon – dat het blauwe uur
verbeeldt, een half uur voordat de zon ondergaat en
waar in het landschap zowel het licht van de maan als
het licht van de zon in tinten rood, geel en blauw
samenkomen – dit is het blauw dat vele dichters en
schrijvers hebben aangemerkt als de meest
mystieke en openbarende der kleuren omdat echt
diepblauw in het landschap verder eigenlijk niet
bestaat.
Het is de bedoeling dat U zich door Misha de Ridder in
deze tentoonstelling supra limen laat leiden, met hem over de drempel
stapt en zich laat meevoeren op een wandeling die
bewust is uitgezet, als replica van de tijd die
hijzelf in de ruimte van dit landschap heeft
doorgebracht. In beweging en in stilstaan, in
beschouwen en contempleren, in zintuiglijke ervaring
van licht en donker, in koude en eigen lichaamswarmte,
in horen, ruiken, voelen. Het sublieme nodigt uit tot
aanwezig zijn, tot het uiterste gaan van het lezen en
begrijpen van de essentie van het landschap volgens
zijn eigen systeem: in dat streven is Misha’s werk
eigenlijk dat van een minimalist, van een landartist
voor wie niet het object maar de ervaring telt. Hij
streeft naar het verkennen van de grens, de wereld
achter de drempel, de grenzen van het licht, de grens
van onze aanwezigheid, door waar te nemen, te voelen,
te ondergaan en weer te geven wat eigenlijk niet
gefotografeerd kan - hij is een ontdekkingsreiziger,
een natuurvorser van eigentijdse betekenis.
Het is op een wandeling dat door de beweging van het
lichaam en door de prikkeling van de zintuigen onze
omgeving in tijd wordt ontdekt en waargenomen.
Landschappelijke ruimten worden achtergelaten, grenzen
overschreden en nieuwe horizonten betreden; wandelen
is een ritueel, in zekere zin, vanaf het moment dat we
de drempel over zijn gestapt die onze stedelijke
wereld van de landschapswereld scheidt. In dat proces
wordt de routine van ons denken en doen
getransformeerd naar een ongebruikelijke, nieuwe en
sublieme ervaring. Zo genereert de wandeling door
Misha’s landschappen in ons een zintuiglijke en
emotionele constructie van natuur, die bijdraagt aan
de definitie van ons eigen zelf, en die van het
landschap. Onze identiteit als moderne stedeling is
immers alleen volledig te definiëren indien er
een intense verstandhouding tussen onze cultuur en de
levende wereld van natuur en landschap bestaat.
Misha’s landschapsfotografie vormt daartoe de drempel
en de openbaring –
Hij leidt ons overigens ook weer uit deze wereld,
zoals U zelf zult kunnen ervaren. We stappen met hem,
al bewegend, ook de drempel naar onze eigen en
geruststellende wereld weer over – maar die kan
eigenlijk nooit meer hetzelfde zijn – ; want deze
fotograaf heeft tijdens uw wandeling op een
ongelofelijke knappe manier natuur en landschap op een
nieuwe manier van binnenuit geopenbaard; hij draagt
daarmee bij aan een nieuw reveil dat nodig is om
landschap en natuur de belangrijke plaats te geven die
het dringend nodig heeft in onze cultuur, in ons
leven, onze ervaringswereld, ons geheugen, in ons
gevoel.
Amsterdam, Foam
fotografie museum (Keizersgracht 609):Solstice van
Misha de Ridder
17 juni t/m 28 augustus 2011(www.foam.org).
|
|